De Dordtse Leerregels zijn een set van gereformeerde geloofsregels die werden opgesteld tijdens de Synode van Dordrecht (1618–1619). Ze ontstonden als reactie op de theologische disputen met de remonstranten (arminianen) en verduidelijken de gereformeerde leer over genade en verlossing.
De Leerregels behandelen vijf kernpunten van de leer over de verlossing: de totale verdorvenheid van de mens, de onvoorwaardelijke verkiezing, de beperkte verzoening, de onweerstaanbare genade en de volharding der heiligen. Samen met de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus vormen ze de Drie Formulieren van Enigheid, die in veel gereformeerde kerken als gezaghebbend leerstellige standaard gelden.